Het afgebeelde huisje lijkt bewoond, maar oogt tegelijkertijd desolaat door de duisternis binnen en de grauwe wolkenlucht. Carel Willink (1900-1983) zal dit tafereel wellicht op een van zijn reizen hebben gezien, mogelijk in Frankrijk, al wandelend in gezelschap van zijn eerste echtgenote Mies van d
...er Meulen. In 1926 trokken ze tot aan de Pyreneeën. ‘[Willink is] met zijn vrouw vertrokken: naar Lourdes, naar Hyères, naar weet ik al wat niet voor heilige plaatsen en blauwe zeeën’, schreef Willinks vriend E. du Perron (1899-1940) over de zomer van 1927. Dit werk schilderde Willink in 1928, het jaar waarin zijn vader overleed en Mies van der Meulen hem verliet.Het afgebeelde huisje lijkt bewoond, maar oogt tegelijkertijd desolaat door de duisternis binnen en de grauwe wolkenlucht. Carel Willink (1900-1983) zal dit tafereel wellicht op een van zijn reizen hebben gezien, mogelijk in Frankrijk, al wandelend in gezelschap van zijn eerste echtgenote Mies van der Meulen. In 1926 trokken ze tot aan de Pyreneeën. ‘[Willink is] met zijn vrouw vertrokken: naar Lourdes, naar Hyères, naar weet ik al wat niet voor heilige plaatsen en blauwe zeeën’, schreef Willinks vriend E. du Perron (1899-1940) over de zomer van 1927. Dit werk schilderde Willink in 1928, het jaar waarin zijn vader overleed en Mies van der Meulen hem verliet.
Dit werk is auteursrechtelijk beschermd. Je hebt toestemming nodig van de maker of diens erfgenaam om het te downloaden, bewerken, kopiëren of publiceren.