Herman Gordijn | Het niet-perfecte is perfect

25 juni t/m 1 oktober 2017

Herman Gordijn | Het niet-perfecte is perfect

Locatie: Museum MORE, Gorssel t/m 1 oktober 2017

Museum MORE geeft een groot eerbetoon aan Herman Gordijn (1932-2017). Met een stevig en uiterst divers oeuvre neemt Gordijn een buitengewone plaats in binnen de Nederlandse kunstwereld. Zijn werk roept intense emoties op en heeft een tijdloze zeggingskracht. De tentoonstelling biedt een overzicht van hoogtepunten uit 60 jaar uniek kunstenaarschap met schilderijen, etsen en gravures.

Herman Gordijn is overleden op 25 mei 2017. Het was zijn wens dat de tentoonstelling doorgang vindt zoals gepland. Museum MORE wenst familie en naasten van Herman veel sterkte met het dragen van hun verlies.

Lees het IN MEMORIAM van de NRC

“Het moet heel dwingend zijn, het moet onontkoombaar zijn, maar er moet niet een opgelegd verhaal achter zitten”, zei Herman Gordijn (Den Haag, 1932-2017) ooit over zijn werk. Het onontkoombare van Gordijns kunst wekte lange tijd weerstand op. Zijn verkreukelde vrouwen, golvende mannenbuiken, urinoirs, hoerenkasten en kermisattracties kunnen verontrustend zijn. Maar Gordijn is allesbehalve een provocateur, hij is niet uit op confrontatie. Met onbarmhartige precisie geeft hij weer wat hem raakt. Een vreemd voorval, een flits van inzicht, een gebaar. Maar alleen als vertrekpunt voor een werk. Het einde heeft hij vooraf niet in zicht. “Ik wil laten zien wat ik beleef, niet wat er gebeurt. Het gaat om de intensiteit van de emotie, niet om de emotie zelf.” Het resultaat is dubbelzinnig. Verlokking en afschuw, droom en dreiging bestaan naast elkaar. Gordijn lijkt naar de wereld te kijken als een gevoelig kind dat gemagnetiseerd is door een vreemd universum. Door verschijnselen of verschijningen die het niet eerder zag. De volwassen Gordijn voelt ook vertedering en tragiek.

Als jongetje ontsnapt Gordijn uit het ouderlijk huis in een keurige Haagse wijk en verdwaalt in de hoerenbuurt. “Dat beschaafde gedoe in de buitenwereld tegenover die verboden sprookjeswereld heeft me altijd gefascineerd.” Gordijns taart-snoepende tantes en fier-verlopen hoeren wonen aanvankelijk in krap geschilderde kaders. Na Gordijns verhuizing van Den Haag naar Amsterdam verschijnen steeds meer mannelijke figuren in zijn werk. Zijn homoseksualiteit is geen geheim meer. Als hij vervolgens in de jaren ’80 verhuist van de stad naar het platteland lijkt de buitenlucht ruimte in zijn schilderijen te creëren. Heuvelige landschappen, zachtere vormen, lichtere kleuren.
Vrouwelijke craquelé-boezems maken plaats voor glooiende, bolle mannen. Gordijn zei twintig jaar geleden: “Er zijn een paar hele grote taboes: dat is lelijk, dik en oud zijn. (Maar) mijn dikke mannen vind ik niet lelijk. En oud-zijn – ja, ik heb er zelf moeite mee – maar ik kijk graag naar iemand die oud wordt, dat vind ik wel mooi.” Vergankelijkheid, ontluistering, eeuwige jeugd, of beter nog de drang tot eeuwig kind-zijn lijkt zijn oeuvre te sturen. Eiland blijven in een vijandige buitenwereld. Nooit letterlijk. Het duister, het kwaad kan verschijnen in pastel, op luchtige toon, als kolderieke figuur. Of is het zinsbegoocheling? Gordijn lijkt een illusionist van ambivalente beelden.

Getuige van de Tweede Wereldoorlog, deels opgegroeid in pleeggezinnen, zwierf hij als tiener door het verwoeste Europa. Het heeft hem wellicht verweesd. Het moment dat de jonge Gordijn zijn teken-en schildertalent ontdekte is dan ook cruciaal geweest. Hier gaat het om, dacht hij, dit is van mij, voor altijd. Niemand kan dit van mij afnemen. Hij volgde zijn opleiding aan de Haagse Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten en de Vrije Academie in de jaren ‘50. Een tijdperk waarin de artistieke avant-garde abstract expressionisme dicteerde. “Dat vond ook ik ook mooi, maar ik wás dat niet. Gordijn voelde zich meer aangetrokken tot kunstenaars zoals Otto Dix, George Grosz en Pyke Koch. Later ook Francis Bacon en Balthus. Gordijn, verwoed lezer, sloot vriendschap met schrijvers en dichters zoals Gerrit Komrij en Judith Herzberg. Literatuur, de westerse kunstgeschiedenis zijn hem na. Nog altijd bestudeert Gordijn kunst, nu met gemak online te vinden, van verre voorgangers of grote namen uit internationale musea. De mens geeft Gordijns wereld tijdloze en universele zeggingskracht. “Ik druk me uit met figuren. Ik werk met herkenbare ingrediënten, met mensen. Dat levert beelden op die van altijd zijn. Ik wil dat ook. Als ik denk dat iemand van een paar honderd jaar geleden mijn beeldtaal niet zou kunnen verstaan, dan is het niet goed. Ik versta vele schilders uit voorbije eeuwen ook uitstekend.”

Gordijn maakte naast zijn vrije werk in opdracht fijnzinnige portretten van vrienden en hoogwaardigheidsbekleders zoals acteur Ton Lutz en de Amsterdamse burgemeester Samkalden.  Ook beeldde hij schrijver Arnon Grunberg af nav diens gedicht Hoer C. Ondanks – of juist dankzij – zijn volledig eigen stijl en onderwerpen werd Gordijn ook gekozen om een staatsieportret te schilderen van (toenmalige) koningin Beatrix in 1982 dat in Den Haag hangt bij de Raad van State. Beatrix poseerde verschillende keren voor Gordijn. ”Ze heeft een enorme aanwezigheid. Ze ís er zo. Dat is voor een schilder heel dankbaar.” Dit koninklijke portret zal ook te zien zijn bij de tentoonstelling in Museum MORE.