Charley Toorop (1891-1955) en Pyke Koch (1901-1991) worden in Nederland gezien als twee van de belangrijkste figuratieve schilders van de 20ste eeuw – misschien wel de belangrijkste. Charley Toorop & Pyke Koch | Alles of niets is de allereerste tentoonstelling waarin het werk van deze twee markante persoonlijkheden samen wordt gepresenteerd. Hun belangwekkende oeuvres vertonen zichtbare parallellen, hun levens en liefdes kruisten elkaar regelmatig. Met een groot overzicht van de beste werken van beide kunstenaars orkestreert Museum MORE voor het eerst artistieke ‘ontmoetingen’ en verrassende bruggen tussen Toorop en Koch.
Te zien in Museum MORE in Gorssel van 21 juni t/m 25 oktober 2026
Innig en grillig
Charley Toorop en Pyke Koch waren tijdgenoten, vrienden en bewonderaars van elkaars werk, maar de kunstgeschiedenis scheidde hen lang op stilistische gronden: de een expressionist, de ander een neorealist of magisch realist. Naast elkaar geplaatst onthullen zij echter een rijk web van artistieke overeenkomsten en fascinerende wisselwerkingen.
Hun persoonlijke band was innig maar grillig — intensief in drie afzonderlijke periodes, tussenin soms jarenlang sluimerend. Er was sprake van wederzijdse bewondering en beïnvloeding. Dit komt scherp naar voren in thema’s, composities en hun diepgaande behandeling van klassieke genres zoals portret, landschap en stilleven. Het hoogtepunt van hun vriendschap is vereeuwigd in Toorops monumentale sleutelwerk Maaltijd der vrienden (1932/33), een groepsportret van familie en kunstenaarsvrienden, waarin Koch dicht naast haar ‘zelfportret’ staat — een sigaret in zijn mond, het gloeiende topje naar haar gericht. Wellicht een verwijzing naar een ooit meer dan platonische verhouding tussen de twee kunstenaars.


Alles of niets
Waren het friends with benefits? Daar zijn aanwijzingen voor. Koch en Toorop onderhielden beiden vele liefdesrelaties maar waren ook totaal toegewijd aan hun vak. Beide leken ook iets te willen bewijzen, hun levens werden gekenmerkt door een houding van alles of niets. Ze hadden geen formele kunstopleiding genoten en ontwikkelden een eigenzinnige beeldtaal. Waar Toorop met stevige penseelstreken en schijnbaar in volle vaart werkte, was Koch een traag werkende perfectionist die uit onvrede eigen werk regelmatig vernietigde.
Toorop was de gevende partij in hun vroege artistieke relatie. Kochs eerste schilderijen verraadden haar invloed: de frontale weergave van het menselijk gezicht, de doordringende ogen, de strakke blik op de toeschouwer. Waar zij dat schema als expressief middel had ontwikkeld, verfijnde hij het met technische precisie en een verhalende, soms ironische lading die geheel de zijne was.
Beiden waren geboeid door het zelfportret als genre, al verschilden hun benaderingen. Toorop schilderde zichzelf minstens zeventien maal, onverbiddelijk eerlijk. Koch schilderde slechts drie zelfportretten, en zijn Zelfportret met zwarte doek (1937) groeide na de oorlog — buiten zijn eigen intentie — uit tot een omstreden politiek embleem.
Acrobaten en attracties
Als portretschilders waren zij beiden wars van flattering. Toorop portretteerde haar omgeving — kinderen, vrienden, opdrachtgevers, psychiatrische patiënten — met een directheid die soms te ver ging voor haar tijdgenoten; Koch streefde, ook in opdrachten, naar een tijdloos ideaaltype. In stillevens, landschappen en stadsgezichten klonken hun stemmen evenzeer door: Toorop in de confrontatie met de naakte werkelijkheid, Koch in de geconstrueerde, van symboliek doordrenkte enscenering.
In thematiek bewogen zij zich door verwante werelden. De kermis en het circus boden beiden een artistieke setting voor het menselijk bestaan: Toorop in kleurrijke, soms kolkende samenkomsten van volk; Koch inzoomend op één hypnotiserende figuur — de vrouw in de schiettent, de contorsioniste — als een personificatie van fascinatie en gevaar. Hun visie op vrouwen was echter fundamenteel verschillend: Toorop zag hen als sociale wezens, ingebed in een harde werkelijkheid, met oog voor de tragiek van hun bestaan. Koch beschouwde de vrouw eerder als een psychologisch raadsel, geladen met erotiek en mystiek.


Afscheid
Aan het einde van hun leven maakten zij werken die als testament kunnen worden gelezen. Toorop schilderde zichzelf ten afscheid in een gebaar dat van openheid getuigt: de blik over de schouder, het gordijn achter haar half dicht. Koch verhulde zijn afscheid achter een allegorie: een koorddanser met een zwarte doek over het hoofd, nog eenmaal zijn act uitvoerend op het slappe koord.
Naast elkaar tonen Toorop en Koch wat de kunsthistorische labels verbergen: twee unieke kunstenaars die veel meer verwant zijn aan elkaar dan verwacht. Juist in die spanning tussen overeenkomst en individualiteit ligt de rijkdom van hun ‘parallelle werelden’.
Gastconservatoren zijn Carel Blotkamp en Mieke Rijnders. Het bijbehorende tentoonstellingsboek met essays van hun hand verschijnt bij Waanders. Dit prachtige kunstboek is vanaf 20 juni ook te koop in onze museumshop en online in onze webwinkel.











